verdere steden

X.,22, wil vol trots kunnen zeggen: “Ik ben elektricien en bassist.”, want dat is waarvoor hij staat. Maar nu is hij “rekkenvuller en bassist als het past”.

X.,22, heeft een diploma elektriciteit. Hij heeft een jaar bij een kleine zelfstandige gewerkt die dan failliet gegaan is. Sinds drie jaar gaat hij van de ene in de andere interimjob. Sinds 6 maanden heeft hij een interimcontract via Adecco en werkt hij in Carrefour met weekcontracten.

Na een lange periode van werkloosheid, afgewisseld met nu en dan eens periodes van werken met interimcontracten, werk je nu al zes maanden bij Carrefour. Ben je nu volledig gerust?

Het enige voordeel is dat ik niet elke morgen terug aan de interimkantoren moet staan. Maar veel verandert er niet voor mij in mijn leven.


Hoe bedoel je?

Doordat ik een interimcontract heb, en dus niet weet wanneer ik opnieuw in de werkloosheid zal belanden, heb ik geen perspectief voor me. Ik kan dus nog steeds niet op lange termijn denken.


Wat wil je dan op lange termijn?

Ik woon nog steeds bij mijn vader in. Niet dat hij slecht is, want ik kom supergoed met hem overeen, maar op een bepaald moment in je leven wil je gewoon je eigen stek. Ik wil kunnen thuiskomen in mijn huis, dat inrichten zoals ik wil, eten wanneer ik wil en op mijn eigen ritme leven. Ik heb geen andere keuze nu dan de regels des huizes te volgen en hem, als ik wegga, nog moet laten weten hoe laat ik zal thuis zijn.

Heb je het dan al geprobeerd? Heb je bijvoorbeeld al meegemaakt dat je een huis wou huren?

Jazeker, zwijg me daar van. Het moment dat ik al vier maanden in Carrefour had kunnen werken, dacht ik: “Yes, dit is het moment!” Alleen al het opzoeken van huurhuizen op internet gaf me een enorme boost. Ik had iets naar mijn zin gevonden en kon een afspraak maken. Alles verliep vlot, de huurbaas en ik dronken een kopje koffie samen en ik vertelde wat over mijn hobby's en werk. Tot ik vertelde dat ik hoopte dat ik op het werk mocht blijven, want dat ik een interimcontract heb. Hij dronk zijn koffie leeg en zei dat de deal niet kon doorgaan. Ik zie het hem nog zeggen: “Je bent een hele toffe gast, maar ik moet realistisch zijn en heb ook mijn centen nodig. Met een interimcontract ga jij mij niet kunnen garanderen dat je de huur zal kunnen blijven betalen.” Donderslag bij heldere hemel! Ik voelde me zo machteloos. Ik had even het euforische gevoel letterlijk aan mijn toekomst te bouwen en het volgende moment zag ik me op mijn oude dag nog bij mijn pa zitten samen aan tafel.


En de job zelf. Doe je het graag?

Ik probeer er het beste van te maken, maar echt graag doe ik het niet hoor. Het is niet zo dat ik 's morgens opsta en zeg: “Joepie, het wordt weer een boeiende dag!” Het is geen doel van mij om nieuwe cornflakes te ontdekken en ik kan niet zeggen van mezelf dat ik trots ben als de dozen havermout schoon achter elkaar gestapeld staan. Ik ben elektricien hé. Dat is mijn passie! Als ik 's avonds thuiskom bij mijn pa, kan ik niet over een boeiende werkdag praten. Of als ik naar vrienden ga, is ook niemand die me vraagt hoeveel de paprikachips vandaag geprijsd staat hé.


Moet je dan eigenlijk altijd alleen maar rekken aanvullen?

Ja, als interimkracht mag ik inderdaad alleen maar rekken aanvullen. Van het magazijn en terug. Mensen die hier vast werken, hebben een afwisselendere job. Zij staan eens aan de kassa, mogen eens brood bakken, etc. Echt bijleren doe ik dus niet. Helemaal niet eigenlijk. Soms kruipt het zelfs al in mijn hoofd dat mensen me zien als de 'rekkenvuller'. Dat valt nu misschien niet op voor de rest, maar voor mij wel. Je voelt je toch anders. Hoe moet ik zeggen? Eerlijk? Ik voel me dan eigenlijk een domme gast. Is het omdat ik elke week mijn krabbel op een contract moet zetten dat ik het bedrag dat op de kassa staat niet zou kunnen aflezen?


En waaraan voel je het verschil dan nog?

Je ziet het letterlijk al aan mij. Ik krijg net nog geen ticket op mijn voorhoofd geplakt waarop 'interimarbeider' staat. Nee, ik draag een T-shirt van Adecco, terwijl de mensen met vaste contracten de schorten van Carrefour dragen. Ik heb soms zelfs het gevoel dat mensen aan mij niet komen vragen waar iets staat, maar eerder aan iemand met een schort aan. Wat ik ontzettend jammer vind. Want het enige leuke aan die job is dat je constant rond mensen bent. Je hebt op die manier nooit eens een speciale dag of een speciale ontmoeting gehad.


Het valt mij op dat je niet praat over 'collega's, maar telkens over 'mensen met vaste contracten'.

Ja, maar ik kan niet echt praten over collega's hoor. Het begon al van dag één. Het eerste dat de meesten vroegen, was: “Hoe lang blijf jij hier.” Dan zeg ik dat ik het niet weet, maar dat ik wel een weekcontract heb mogen tekenen. Tof hoor. Je ziet ze dan al denken: “Alé hup, de volgende in de rij.” En ik heb dan de neiging om me eigenlijk extra tof en happy voor te doen alleen al om te tonen: “We gaan ons wel samen amuseren hoor.” Maar veel zin heeft dat niet gehad eigenlijk. Gisteren nog, na het werk had ik nog even gebeld naar een vriend. Toen ik mijn fiets ging halen, zag ik de collega's daar allen samen op een terras zitten. Meneer met de T-shirt van Adecco past daar waarschijnlijk niet bij hé. Maar ik betrap mezelf erop dat ik het omgekeerd ook wel heb. Er komen hier soms mensen werken met dagcontractenen en dan denk ik zelf soms: “God ja, wat voor zin heeft het als we nu overeenkomen of niet? Elkaar terug zien doen we waarschijnlijk toch niet.”


Ik heb zo het gevoel dat echt alles tijdelijk is door interimcontracten. Heeft dat ook gevolgen op je persoonlijke leven zoals je hobby's?

Mijn hobby is muziek hé. Ik speel basgitaar in een groep. Dat ga ik nooit stilleggen, nooit van mijn leven! Hoewel ik wel mijn vrienden soms in de steek moet laten. Nu is dat minder met die weekcontracten, maar als ik zo werkte met dagcontracten bijvoorbeeld dan moest ik echt vele malen op het einde afzeggen. Niet dat mijn maten boos waren op me, ze wisten dat ik er niet kon aandoen. Maar dat blokkeerde soms echt wel de repetities. Er was echt een periode dat ik denk ik wel vijf keer na elkaar moest afzeggen. We hadden toen net een groot optreden gepland, maar doordat ik niet had mee kunnen repeteren, hebben ze een andere bassist gevraagd. “Wat als die dan beter speelde dan ik?”, dacht ik toen. Ja, dat weet ik nog goed die periode, ik was voor alles bang. Op het werk vroeg ik me af als ik het goed deed en wel een nieuw contract zou mogen krijgen. Op de repetities, wat ontspanning had moeten zijn, vroeg ik me af als ik wel beter was dan die andere bassist en als ze meer op hem konden rekenen dan op mij. Ik weet nog dat ik hoopte ergens nog eens rustig te kunnen ademhalen, mezelf kon zijn.


Is dat nu verbeterd met die iets langere periode dat je nu kan werken.

Nee hé. Wat voor verschil is dat nu?! Als ik mijn weekcontract ga tekenen, denk ik veel: “Dju, weer een week dichter bij mijn laatste weekcontract.” En in vergelijking met dat ontspannen zijn. Ja, je kan nu plannen voor over een week en niet meer over een dag. Maar dat betekent niet dat ik 100% ontspannen en mezelf ben hoor. Ik heb het onlangs gemerkt. Een vriend van me had zijn pa verloren. Ik wou dus absoluut naar de begrafenis. Maar in de wandelgangen, hadden we gehoord dat er de kans bestond op nog één vast contract in Carrefour. Ik ben dus niet naar die begrafenis gegaan en heb dat 's morgens, toen ik de bazin zag, toch even gezegd. Zo van: “Hoor je het? Ik laat iets dat heel belangrijk is voor het werk hier.” Jezus, ik voelde mij een streber! En eigenlijk is dat wel lastig, je als iemand anders moeten gedragen dan je eigenlijk bent.


Dus je hebt gevochten voor een vast contract daar? Je wilt daar graag blijven?

Dat is de hele ironie aan de situatie hé! Ik wil helemaal niet bij Carrefour blijven werken. Ik wil helemaal niet tot mijn oude dag rekken staan aanvullen en de vervaldatums afchecken. Maar ik betrap mezelf er wel op dat ik inderdaad ga voor een vast contract. Het is erg om te zeggen, ja. Ik vecht voor een job die ik niet graag doe, maar waar ik wel zekerheid in heb. Ik heb het al gezegd, ik wil verdomme op mijn eigen poten staan. Al zal mijn spaghettisaus niet zo lekker zijn als die van pa, 't zal wel in mijn eigen kot zijn!

En eigenlijk wil ik vol trots tegen de mensen kunnen zeggen: “Ik ben elektricien en bassist.” Want dat is waarvoor ik sta, wie ik ben. Maar nu ben ik “rekkenvuller en bassist als het past”.